Duurzame palmolieketen


Plantages en smallholders

Palmolie wordt gewonnen uit de vruchten van de oliepalm (Elaeis Guineensis). Oliepalmbomen komen oorspronkelijk uit west Afrika, maar groeien tegenwoordig in vrijwel alle gebieden rond de evenaar. Het grootste volume palmolie, 85% van de wereldproductie, komt uit Indonesië en Maleisië. In deze landen wordt palmolie zowel op grote plantages als op kleine familiebedrijven, de zogenaamde smallholders, geteeld. Duurzame palmolie is afkomstig van plantages gecertificeerd volgens de Principles and Criteria (P&C) van de RSPO. In 2014 werd 18% (RSPO) van de wereldproductie palmolie op deze manier duurzaam geproduceerd.

po_sc-1.png

Oliemolen

Palmolievruchten kunnen regelmatig geoogst worden wanneer de oliepalmen 3 à 4 jaar oud zijn. Na oogst worden palmolievruchten verzameld en getransporteerd naar de oliemolen. Daar worden de vruchten, die 30-35% aan olie bevatten verwerkt tot de roodkleurige ruwe palmolie. Dit moet binnen uiterlijk 24 tot 48 uur gebeuren om de kwaliteit van de vrucht te behouden. Palmvruchten bevatten naast het vruchtvlees ook een pit. Deze palmpitten worden verder verwerkt tot palmpitolie en palmpitmeel (ook wel palmpitschilfers genoemd). In een oliemolen kunnen verschillende stromen van palmvruchten - van verschillende plantages of smallholders - samenkomen. Hier is het van belang dat de duurzaam geproduceerde palmolie niet of gecontroleerd in aanraking komt met niet duurzame palmolie. Vanaf transport naar en van de oliemolen wordt duurzame palmolie daarom gescheiden gehouden van niet duurzame palmolie.

Raffinage

Na transport naar Nederland wordt de ruwe palmolie geraffineerd. Tijdens dit proces wordt de olie gezuiverd, ontkleurd en ontgeurd. Nederland importeert ongeveer 3 miljoen ton ruwe palmolie per jaar. Hier wordt de palmolie naar smeltpunt gescheiden in twee verschillende fracties; de in Nederland vloeibare fractie palmolëine en de vaste fractie palmstearine, die vervolgens ook weer tot verdere palmoliederivaten bewerkt kunnen worden.